Hans Wijers en Bobbie Blommesteijn gaan op een muzikale tijdreis naar hun jeugd, waar ze beide dezelfde liedjes aantreffen. Hoe kan het dat de liedjes die deze zangers in hun jonge jaren inspireerden dezelfde zijn, terwijl er meer dan 30 jaar leeftijdsverschil tussen deze vrienden en collega’s zit? 
Beide zijn opgeleid tot en werkzaam als klassieke zangers. Ze leerden elkaar kennen tijdens hun werk bij het Nederlands Kamerkoor en Cappella Amsterdam, maar ze vonden elkaar in hun liefde voor de mooiste Nederlandse liedjes uit de broekzak van hun jeugd. Waar de een platenzaken afstruinde en uitwoonde in het Limburg van de jaren ‘60 en ‘70 en deze liedjes daar in alle eenzaamheid zelf ontdekte, kreeg de ander ze met de paplepel mee van haar ouders in de jaren ‘90 in Haarlem. Hun beider liefde voor muziek begon bij deze kleinkunstliedjes, en na een omzwerving in de wereld van de klassieke muziek, keren ze nu terug bij de oorsprong van hun passie, en van hun vriendschap. 
Tijdens deze zoektocht door de tijd stappen deze twee klassieke musici in de zomer van 2024 uit hun comfortzone, of misschien stappen ze er juist in. Samen met dramaturge Jessica Kuitenbrouwer wordt een programma gemaakt, waarin veel wordt herinnerd en vooral heel veel wordt gezongen. Bijgestaan door de fijnste band die ze zich maar hadden kunnen wensen, vertellen ze via klassiekers van bijvoorbeeld Herman van Veen, Jules de Corte, Gé Reinders en Frans Halsema, maar ook de nieuwere liedjes van onder andere Peter van Rooijen en Theo Nijland, over hun jeugd, hun liefde voor muziek en hun onwaarschijnlijke vriendschap.